Posts tonen met het label Mallorca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mallorca. Alle posts tonen

vrijdag 6 augustus 2010

Brand !




































Afgelopen zondag was het weer eens zover : een bosbrand niet ver van ons vandaan dichtbij de grotten van Benidoleig. We hoorden het nog vóór we het zagen, door het geluid van laag overvliegende helicopters en blus-vliegtuigen. Je kunt er eigenlijk wel de klok op gelijk zetten : als de temperaturen hoog zijn en er een harde wind staat, krijgen we een brand.
Twee jaar geleden heeft iemand een verwaarloosde boomgaard, vijftig meter van ons huis vandaan in brand gestoken, gelukkig was de brandweer er snel bij en kon de schade beperkt blijven tot de boomgaard, maar je blijft er wel steeds van schrikken.

In geval van grote hitte, wind en droogte is er niet veel nodig om een brand te veroorzaken; tuin-afval verbranden, BBQ-en in de vrije natuur, een brandende peuk van een sigaret uit de auto gooien ( een veel voorkomend incident in Spanje) , pyromanie en als laatste projectontwikkelaars die niet mogen bouwen in een natuurgebied ( hun redenatie is: als er geen natuur meer is om te beschermen krijgen we wel een bouwvergunning !)
Hoe penibel zo'n situatie kan zijn blijkt wel uit het dagboek dat vrienden, die in ons huis "Es Niú de l'Oronella" ( zwaluwnest) op Mallorca logeerden, hebben bijgehouden over zo'n bosbrand.
Ons huis lag op de helling van een berg aan het einde van een doodlopend weggetje. Vóór en opzij van ons lag de zee op 100 meter diepte en achter ons een bergpas, La Muleta, geheten. Als er achter je brand uitbrak kon je geen kant op, een beangstigende gedachte.

Dagboek
25-7-1983.
Met het trammetje van Sóller naar Porto de Sóller. Voor de tweede keer een hete sirocco-wind, een gigantische storm, tot onze schrik bosbranden rondom de haven van Sóller, die zich gedurende de dag steeds verder uitbreiden door de sirocco...Terug naar huis wordt onze schrik groter, nog geen driehonderd meter van het huis waar we logeren woedt ook een bosbrand.
We komen op het weggetje naar het huis de Engelse tuinman tegen en vragen wat we als voorzorg kunnen ondernemen om onszelf te beschermen. Wij rijden 's avonds met de Engelse buurman naar Sóller om bij het gemeentehuis te vragen of men maatregelen wil nemen om de brand te bestrijden. Dit wordt toegezegd, maar erg veel vertrouwen is er van onze kant niet...
De sirocco woedt nog steeds en dat is niet bevorderlijk voor het bestrijden van het vuur. De brandweer heeft al het water opgepompt uit het zwembad van de Duitse buurman.
Het is wel angstig allemaal. De Engelse buurman heeft ons beloofd dat hij ons onmiddellijk zal waarschuwen als er iets fout gaat....
Het is nu 2.36 in de nacht en we hebben onze koffers gepakt en waken over het vuur met de Belgische buurvrouw en de Engelsman. In het uiterste geval kunnen we bij hem terecht want hij heeft geen dennen om zijn huis heen.
3.22 uur. De brand heeft zich met een enorme snelheid uitgebreid, de hele berghelling achter het huis van de Engelsman en van de Belgische staat in vlam. Als het vuur onder onze helling komt moeten we direct weg. Van de brandweer nog steeds geen spoor, het lijkt wel of het ze niet interesseert, je voelt je daarom ook zo machteloos.
Wij bespreken met de anderen wat we het beste voor de huizen kunnen doen, advies van iedereen : luiken sluiten en weggaan, je kunt zonder water eenvoudigweg niets voor het huis doen.
4.28 uur. Samen met de Engelsman een boom omgetrokken en geblust. De hotels in Porto de Sóller staan gereed om alle gasten te evacueren, de brand raast voort.
26-7-83. 's Middags komt de brandweer en blust tot 's avonds laat.
27-7-83. De rust is weergekeerd, sein brand meester !

Nog jaren daarna was het natuurgebied een troosteloze woestenij met overal omgevallen dennenbomen die kriskras over elkaar heen lagen, zodat het terrein onbegaanbaar was geworden. Na een tijdje zag je overal kleine dennenboompjes tussen de boomstronken uitsteken en nu na 27 jaar heeft de natuur zich enigszins hersteld. Wachtende op de volgende brand ?
























Ons huis en zijn omgeving op Mallorca, Muleta, Costa de Deià.

vrijdag 28 augustus 2009

De painting ladies van Hans Timmer

Hoe ga je de plotselinge overvloedige vrije tijd invullen als je met pensioen gaat? Daar breken veel mensen hun hoofd over.

Toen ik in 1989 wegging bij de KLM en op Mallorca ging wonen, wilde ik al die dingen gaan doen waar ik nooit genoeg tijd voor had gehad. Eén van die dingen was tekenen en schilderen.

In 1974, toen ik als standby stewardess werkte, had ik me ingeschreven op een cursus vrije schilderkunst op de Kunstacademie 'Artibus' in Utrecht om de technieken te leren voor tekenen en schilderen.
Op de introductie-avond, waar ik me met mijn tekeningen moest presenteren, zodat de leraren konden bepalen in welke klas ik moest gaan zitten, praatte ik met een hele aardige leraar die mij wel wilde accepteren. Hij liet me zien wat zijn leerlingen zoal gedurende het afgelopen jaar geproduceerd hadden. Het waren allemaal hele statische portretten van mensen in allerlei fases van ongekleedheid. " Oh, wat een afschuwelijke lijkkleuren," dacht ik oneerbiedig. Precies op dat moment kwam een kreupele, nogal wild uitziende, man bij ons zitten die ook mijn tekeningen bekeek. Hij zei, dat ik bij hem in de klas moest gaan zitten en liet me de resultaten van zìjn leerlingen zien. Deze werken getuigden van een enorme vrijheid. Dat was precies wat ik voor ogen had gehad toen ik me inschreef op de Academie. Ik liet de aardige leraar die Hans Timmer heette, zitten en ging mee met Ton Kraanen.
























Schilderij
van Ton Kraanen, ca 1975

Vijftien jaar later loop ik een bar in Sóller, Mallorca binnen en.. daar zit de aardige leraar die ik versmaad had. Hij vertelde me, dat hij zich dat nog goed herinnerde en vroeg waar ik woonde. Laat hij nu op dezelfde berg wonen aan de Costa de Deià! Wat een toeval! Hij vertelde over zijn leerlingen, die iedere donderdagmorgen bij hem kwamen schilderen en tekenen en of ik geen zin had om ook mee te komen doen.
En zo gebeurde het dat ik alsnog een leerlinge werd van Hans Timmer.
























Het atelier van Hans Timmer. De aquarel met herfstbladeren is van mij.

Iedere donderdag kwamen we bij elkaar in zijn huis 'Can Tortuga' dat een weids uitzicht had over de bergachtige kust en de Middellandse Zee.




















uitzicht vanaf het terras van Hans Timmer

Dan zaten zijn vrouw Nienke en hij al klaar met koffie en koekjes en werd er even gezellig bijgekletst. Daarna was het tijd voor de leerlingen om naar het atelier te verhuizen waar we ieder onze eigen onderwerpen uitzochten. Ik wilde me vooral toeleggen op het schilderen van aquarellen, wat heel moeilijk is vanwege het feit dat het in één keer goed moet.
De anderen waren bezig met olieverf en konden dus weken doen over één onderwerp. Ik deed van alles, stillevens, portretten en landschappen.



















Aquarel met rozen.

Vooral dat laatste was ideaal want er waren genoeg onderwerpen rondom het huis te vinden.

In het verloop van de tijd waren er nog maar drie dames over, die hij liefkozend zijn 'painting ladies' noemde.
Door ouderdom en ziekte gedwongen zijn hij en Nienke een paar jaar later teruggekeerd naar Nederland, waar ze nog een tijdje geleefd hebben. Zijn leerlingen mochten een werk van hem uitkiezen als souvenir.
De onderstaande 'collage' vond ik een typisch Mallorquins landschap en was één van mijn favorieten.
























De dames zijn daarna ieder hun eigen weg gegaan en donderdag was voortaan weer een 'vrije' dag.







zaterdag 22 augustus 2009

Requiem voor een duif






















uitzicht over de baai van Deià vanaf R 's terras

Over mijn Duitse buurman R op Mallorca heb ik het al een paar keer gehad. Het was me dan ook een tiep!
Hij kwam uit München en dat kon je goed horen en zien. Ein Bierchen dronk hij dan ook niet uit een limonadeglas, maar uit een literpul en zijn favoriete hapjes waren' Würstl'. Hij had nogal rechtse ideeën en hij vond uiteraard dat ze in Spanje nog heel wat konden leren van de Duitsers ( bei uns ist alles viel größer, schöner, besser, undzuweiter).
Hij lag vaak met de autoriteiten in de clinch en belasting betalen deed hij niet; moesten ze hem maar, net zoals in Duitsland, een aanslag sturen. Dat je als Spaanse burger de plicht hebt om zelf naar het belastingkantoor te gaan, of naar het gemeentehuis voor de gemeentelijke belastingen, om aangifte te doen, dat vond hij stom. Maar ondanks het feit dat hij vreselijk tekeer kon gaan en vier vrouwen hem na een aantal jaren huwelijk hadden verlaten, had hij toch iets vertederends: hij was namelijk helemaal dol op zijn dieren. Ik hoor jullie al denken : "dat was Hitler ook". Inderdaad, dat bedoel ik.
Hij deelde zijn huis met Baatzi een papegaai-achtige vogel, die hij, als hij op reis ging altijd meenam in een klein kooitje. Dan lagen er nog een paar zwerf-poezen om hem heen die hij Karnak en Luxor had gedoopt en op een winterdag vond hij Archibald, een Mallorquinse dobermann ( die blijven klein) in de sneeuw langs de weg naar de Puig Mayor. Archie was vanaf die dag zijn schaduw; hij ging mee in bad en hij ging mee in bed.
Zieke en gewonde dieren werden liefdevol door hem verpleegd en daar hoorde ook een duif bij, die hij op een keer op zijn terras had gevonden. Paloma had iets aan een vleugel en kon niet vliegen. Hij vertroetelde haar tot ze genezen was, maar ondanks dat hij verwachtte dat ze nu wel weg zou vliegen, bleef ze bij hem in de buurt. Ze werd al net zo onafscheidelijk van hem als Archie en als hij in zijn open jeep reed zat Archie naast hem met zijn neus in de wind en Paloma reed op de stang, boven hem, mee.
Hij ging regelmatig naar München om zijn oude Mutti op te zoeken en dan had hij iemand nodig om de katten en duif te voeren, eveneens als zijn goudvissen in de vijver, waarvan het water snel verdampte. Ik had dat op me genomen, nadat gebleken was dat B, zijn Mallorquinse vriend, er de vorige keer maar met de pet naar had gegooid. De katten waren bij R's terugkomst verdwenen en kwamen later sterk vermagerd weer tevoorschijn en de vissen waren allemaal dood wat B had proberen te verdoezelen door vlak vóór R terugkwam nieuwe te kopen. Helaas had R alle vissen een naam gegeven en zag dus onmiddellijk dat ze vervangen waren.
Braaf ging ik iedere dag de dieren verzorgen en het leuke was, dat ze altijd al klaar zaten als ik bij het huis aankwam. Op een morgen verwelkomen de poezen me weer en strijken miauwend langs mijn benen, maar Paloma is nergens te zien. Nou ja, dan komt ze zo wel. Ik wacht nog even en zie op de weg buurvrouw D, de Engelse schilderes, terugkomen van haar dagelijkse wandeling in de bergen. Ze stopt bij het hek en kijkt bedrukt.
Ik vraag haar wat er is . Dan vertelt ze dat ze zojuist een dode duif aan de kant van de weg, boven in de bocht heeft zien liggen. Ze was nog warm, maar het kopje was geknakt. Ze dacht dat de auto van de ober van het restaurant beneden, die altijd met veel te grote snelheid de bochten neemt, haar had aangereden. We liepen weer terug en bekeken het duivenlijkje. Het was Paloma, dat zag ik gelijk. Ik aarzelde wat ik moest doen en belde W. een andere Duitse buurman om hem om advies te vragen. Die belde op zijn beurt R in Duitsland, die erg bedroefd was. Hij vroeg ons de duif in een doos te doen en in de vrieskist te bewaren tot hij terugkwam.
Zogezegd, zogedaan. R heeft de duif in de tuin begraven en later zou hij er een grafmonument bovenop zetten.
Niet lang daarna volgde Schwertskerl, het poedeltje van Mutti, die tijdens een bezoek aan R. van ouderdom was overleden.
























Toen ik een paar jaar geleden weer eens bij hem op bezoek ging, zag ik dat het dierenkerkhof aanzienlijk was uitgebreid en dat Baatzi nu naast Paloma begraven ligt.

donderdag 13 augustus 2009

Schapenbelletjes

Vannacht lag ik lang wakker. Waar is de tijd gebleven dat ik 12 uur achter elkaar kon slapen? Niks aan te doen, dus lag ik te luisteren naar de geluiden die door de openslaande deuren naar binnen sijpelden. Ik hoorde een aantal honden die, eenzaam als ze zich voelden, hun klaagzang tot de maan richtten. Och, dat zijn we hier wel gewend: blaffende honden. Als je er, als buitenlander, wat van zegt kijken de Spanjaarden je verbaasd aan. ¿ Perros ? ¿ Qué perros? ! No oigo nada!
Nee natuurlijk niet, ik zou ook helemaal doof zijn geworden van alle herrie die ze hier normaal produceren: oorverdovend vuurwerk bij iedere gelegenheid, en maximale decibellen popmuziek tijdens de fiestas.

Mijn gedachten gingen terug naar Mallorca toen we aan de NW kust, aan de Costa de Deià woonden. Het was er 's nachts werkelijk doodstil. Het aanspoelen van de golven op de kust was in de zomer nauwelijks hoorbaar. Als we al een hond hoorden was het de hond van de schaapherder, wiens nobele taak het was de schaapjes, die allemaal een belletje om hun nek droegen bij elkaar te houden, zodat hun baasje ze makkelijker terug zou kunnen vinden als ze een beetje afgedwaald waren. Wat vaak gebeurde want ze liepen vrij rond, waarschijnlijk om het weinige groen dat in het berglandschap te vinden was op te sporen. Als de belletjes erg dichtbij kwamen begon ik me zorgen te maken. Waren ze erin geslaagd in mijn tuin door te dringen ? Aten ze nu al mijn verse kruiden en groenten op, die ik met zoveel geduld had opgekweekt uit minuscule zaadjes. De peterselie, basilicum, sla, tomaten, paprika's en aubergines ? Zelfs de bloemen van de potplanten waren niet veilig voor hun vlijtige tongetjes.
Zo lag ik gespannen te luisteren naar de progressie van hun belletjes.
Tegen het ochtendgloren kwamen de vissers terug en hoorde ik het "chuk-chuk-chuk" van de vissersbootjes als ze onderlangs ons huis doorvoeren om op hun thuishaven, Port de Sóller, hun vis af te leveren.
























Ja, absolute nostalgie, die op de randen van de nacht het hevigst is. Ik dacht aan een gedicht van W.S. Merwin, één van de bekendste Amerikaanse 20- eeuwse dichters, die in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, een tijdje de 'tutor' was geweest van de oudste zoon van Robert Graves, William. Het huis 'Cannellun' (Huize de Maan), waar de beroemde schrijver had gewoond, lag een paar kilometers van het onze verwijderd en was een bedevaartsoord voor zijn vele bewonderaars geworden. William Graves heeft overigens nog een prachtig boek geschreven: 'Wild Olives' over zijn jeugd in Deià en het leven met zijn vader.
Het gedicht ( dat gaat over de geluiden die hij 's nachts buiten hoort) van Merwin, die logeerde in huis Son Beltran dat op de helling vlak boven de baai van Deià ligt geeft perfect de sfeer weer die ik bedoel, hoewel hij hier over een winternacht schrijft.

In the Old Vineyard

That was a winter of last times
waking upstairs in the cold
empty house of the master
of Son Beltran with its new floors
of imitation marble
its bare rooms living with echoes
though the window had been open
all night to another cold
that came down from the mountains
bringing the sounds of the sheep bells
from somewhere among the clouds
and before the sun was up
I would open the front door
as the fishermen my neighbors
were bringing the night catch
up the stairs to spread out
on the gray stones of the hour
then as the first rays kindled
the upper terraces
across the valley I heard
every morning the same
voice of a girl singing
her flight of notes that rose
along the tiers of stone
to touch the whole morning
with their hovering song
older than I could know





vrijdag 28 december 2007

ratatouille

Ieder land of regio heeft zijn traditionele keuken en hoewel de mensen die daar wonen het normaal en vanzelfsprekend vinden wat zich regelmatig op hun bordjes bevindt, geldt dat voor de vreemdeling niet.
Als je naar de eetgewoonten in Spanje kijkt kan er een heel klein verschil zijn met het eigen land, zoals bv. het gebruik van olijfolie, i.p.v. margarine of boter of het eten van 'cocas' , die je het beste kunt vergelijken met Italiaanse pizzas. Maar er zijn ook grotere verschillen. Zo eet men hier: kleine vogeltjes, met snaveltjes en al, speenvarkentjes draaiend aan het spit met een mooi rood appeltje in hun bek, konijntjes, kippetjes, kuikentjes ,krabbetjes en kreeften. Een bord vol visjes en allelei verschillende soorten schelpjes is een lekkernij. Iedereen kent dat laatste wel als het wordt opgediend in de vorm van een paella, waarin de ingrediënten vaak gezocht moeten worden tussen de rijst. (In deze streken wordt de rijst vaak vervangen door een soort vermicelli en dan heet het gerecht i.p.v. paella : fidéua ).
Het mediterrane dieet, dat wordt aangeprezen als het gezondste van de wereld bestaat voornamelijk uit vlees,vis en schelpdieren met soms wat aardappelen als garnituur. Natuurlijk kan je een salade bestellen, maar de lokale bevolking vindt dat een soort eten, dat eigenlijk meer geschikt is om aan hun geiten te voeren.
Toen we 20 jaar geleden in Spanje kwamen wonen, was het haast onmogelijk groenten of fruit te kopen buiten de gebruikelijke uien, sla, paprika's, tomaten, aubergines, courgettes, knoflook, sinaasappelen, citroenen, grapefruits en druiven om. Nu, zoveel jaren later, is de invloed en de vraag van de "expats" naar een gevarieerder assortiment duidelijk merkbaar. Zo zijn er bv om deze tijd van het jaar zelfs spruitjes te koop omdat de Engelsen die bij hun "kerstkalkoen" serveren.

Mijn voormalige werkster in Nederland, ging ieder jaar met haar gezin een week op vakantie naar El Arenal, het grootste strand van Palma de Mallorca, waar ze een appartement huurde, want dan kon ze zelf het eten klaarmaken. Ze nam nl. wat het eten betreft geen enkel risico en laadde haar koffer vol met aardappelen en blikken groenten. Ze hoefde maar de lucht van olijfolie en knoflook in haar neus te krijgen of ze was al ziek. Gelukkig wist ze niets af van het favoriete gerecht van de bevolking die in het noord-oosten van het eiland woonde:
Gebakken ratten , Sa Pobla stijl.
Voor het gerecht worden waterratten gebruikt, die in de zoutwater-lagunes en -moerassen van Albufera leven (tegenwoordig een beschermd natuurgebied). Er wordt wel aanbevolen "je elleboog erbij op te lichten" , dwz er een goede fles rode wijn bij te drinken.

Voor de geïnteresseerden volgt hier het recept:

FRIT DE RATES DE SA POBLA *
Ontvel de ratten en maak ze schoon. Doe ze in kokend gezouten water en draai het vuur op een laag pitje. Laat een half uurtje sudderen, zonder het water te laten koken.
Haal uit de pan, laat uitlekken en, spoel ze af met koud water en droog ze goed . Snijd in vrij kleine stukjes en bak die in gloeiend hete olijfolie of varkensvet tot ze aan alle kanten mooi bruin zijn.
Voeg gesneden prei, in stukjes gesneden tomaten, knoflook en vers gemalen zwarte peper toe en wat zout. Schenk er genoeg bouillon of water over, zodat het vlees onderstaat en laat een uur zachtjes pruttelen met de deksel op de pan tot het gerecht gaar is .


Misschien wel een leuk ideetje voor oudejaarsavond ? Vraag aan de poelier of hij het ontvellen en schoonmaken voor zijn rekening wil nemen , dat scheelt een hoop werk.

* Toby Molenaar: Discovering the art of Mallorcan cookery

vrijdag 21 december 2007

De winter van Frédéric en George




















De veronderstelling dat het op Mallorca altijd mooi weer zou zijn, is al voor veel mensen op een grote teleurstelling uitgelopen.Vrienden en kennisen, die 's winters bij ons op bezoek wilden komen, moesten we altijd op het hart drukken om toch vooral warme kleren mee te nemen.
Het beroemdste stel, dat ooit een slechte ervaring heeft gehad zijn ongetwijfeld Frédéric Chopin en George Sand geweest, die in de winter van 1838/39 op Mallorca verbleven. In december was het nog warm geweest en had de zon overvloedig geschenen, maar toen sloeg het weer om en begon het verschrikkelijk hard te regenen. Een ware zondvloed kwam naar beneden en het Kartuizer Klooster van Valldemosa, waar ze verbleven, was letterlijk van de buitenwereld afgesloten, omdat de rijtuigen niet meer over de onbegaanbare wegen konden rijden . Om van Palma naar Valldemosa te komen moe(s)t je naar boven door een nauwe en steile bergpas, die veranderd was in een waterval, die tussen de rotsen door spoot. George was een stoere vrouw, die geen uitdaging uit de weg ging, maar haar minnaar kwijnde weg tussen de hoge, koude en schimmelige muren van zijn kloostercel.
Dit schreef Sand in haar boek "Een winter op Mallorca" over de weersomstandigheden:

"De wind huilde in het ravijn, de regen kletterde tegen de ruiten, de stem van de donder drong door onze dikke muren en wierp een lugubere noot in het gelach en het spel van de kinderen. De arenden en gieren, aangemoedigd door de nevel kwamen onze arme mussen verslinden, zelfs tot in de granaatappelboom die voor mijn venster stond. De woedende zee hield de schepen in de havens; wij voelden ons als gevangenen, verstoken van elke hulp en van elk oprecht medegevoel. Het was alsof de dood boven onze hoofden zweefde om zich van een van ons meester te maken en wij waren alleen om hem zijn prooi te betwisten".

Toen de regen ophield, maakte ze nog één voettocht met haar kinderen naar de Cala de Valldemosa, een baai, die je alleen kunt bereiken via een smalle, kronkelige weg naar beneden, steil de diepte in. De amandelbomen stonden in bloei en de velden waren bedekt met gele geurende narcissen en de alomtegenwoordige asfodel, zachtjes wiegend op de wind. De zee had een doorschijnende, heldere, blauwe kleur en ze werd overweldigd door de schoonheid , die ze voor zich zag:


"Wat ik zag was zó mooi, dat ik plotseling voelde, dat ik in mijn verbeelding geen zevenmijlslaarzen, maar de vleugels van een zwaluw had. En ik begon om de grote kalkstenen rotspieken te lopen, welke zich als reuzen van honderd voet hoog langs de steile kustwanden verhieven, terwijl ik alsmaar uitzag naar de bodem van de kleine kreek, welke rechts van mij in de oever drong en waar enkele vissersboten lagen, die zo klein leken als vliegen."

Valldemosa is, de laatste tientallen jaren, veranderd van een lieflijk bergdorp in één van de ergste 'tourist-traps' in Spanje. Honderden bussen per dag denderen over de bergpas naar boven om de mensen af te zetten bij het klooster, waar twee families elkaar het eigendom van de kloostercellen betwisten waar Chopin en Sand zouden hebben verbleven in die beruchte winter.Verschillende wel te verstaan. Je kunt bij beiden een kaartje kopen en je mag dan zelf uitmaken welke er het meest authentiek uitzien. Een gruwelijker circus kan je je niet voorstellen.


Het enige positieve wat ik over het klooster kan zeggen is dat er één maal per jaar in de zomernachten, als alle bussen vertrokken zijn, een Chopin-festival wordt gehouden, waar beroemde pianisten komen optreden. De kloostertuin wordt dan omgetoverd tot concertzaal en bij kaarslicht als verlichting en onder een heldere sterrenhemel kan je dan luisteren naar de prachtigste pianomuziek, die er ooit geschreven is.



Posted by Picasa

vrijdag 30 november 2007

Pionieren op een eiland




















" I had a farm in Africa", dat waren de eerste woorden van Meryl Streep ( met een nep-Deens accent dat ze te pas en te onpas in haar films zou gebruiken als ze een buitenlandse moest uitbeelden, bv. in "Sophies Choice", waarin ze een Poolse speelt) in de film "Out of Africa" . naar het boek van Karen Blixen.
Zo zou ik kunnen zeggen: "We had a house on Mallorca" , met een zwaar Nederlands accent natuurlijk. Het was gebouwd op een steile berghelling, omringd door honderden oude pijnbomen, met een schitterend uitzicht op de baai van Deià en de bergen van de noord-west kust. Het huis was " Es niú de l' oronella" = Mallorquins voor "zwaluwnest", gedoopt. Om er te komen moest je 111 traptreden afdalen, maar in ruil daarvoor had je helemaal het rijk alleen, want bij ons grondstuk eindigde de weg en vóór ons was een afgrond van zeker 100 meter diep.Omdat de projectontwikkelaars wèl het geld hadden geïnd van de bewoners, maar de belasting, die ze aan de gemeente Sóller schuldig waren niet hadden betaald, woonden wij in een zgn. illegale urbanisatie, zoals er duizenden waren en zijn in Spanje. Dat betekende, dat daar niet meer gebouwd mocht worden en dat de infrastructuur, zoals riolering, straatverlichting en watervoorzieningen niet aanwezig waren. Dat vonden we niet erg want als gevolg van het ontbreken van verlichting hadden wij de mooiste helderste sterrenhemels, die je nog maar zelden in West Europa ziet. Er was wel elektriciteit en door het initiatief van de bewoners werd er door de lokale telefoonmaatschappij ( Telefonica) een lijn aangelegd ( aanvankelijk) voor 20 huizen .
Door het ontbreken van industrie was de lucht heel erg zuiver en doordrongen van de Mediterrane geur van pijnbomen en kruiden. Ook het ontbreken van verkeer zorgde voor een weldadige stilte. We waren alleen met het geluid van wind en zee, vogels en krekels.

In het begin was het moeilijk om te begrijpen hoe de Mallorquinen werkten. Zo hadden we gedurende 7 jaar geen eigen stroom, maar een lijntje door de bomen naar onze lokale buurman, beneden ons. Het probleem scheen de warmtepomp te zijn, die mijn man eigenhandig had ingevoerd uit Japan. Die was niet goedgekeurd door de Spaanse autoriteiten, dus weigerde onze elektricien de papieren te ondertekenen die volgens de elektriciteitsmaatschappij nodig waren. Dat lijntje van de buurman was prima voor wat lichtjes in huis, maar de ijskast en boiler, in zijn, en ons huis konden niet tegelijkertijd aanstaan. Gelukkig was hij er door de week niet, maar in het weekend zaten we regelmatig in het donker. Dan gingen we op bezoek bij Juan Oliver, zoals hij heette, die ons dan met een brede glimlach verzekerde, dat er echt helemaal geen problemen waren : "no problemas". Ook zette hij vaak verstrooid (?) de hoofdschakelaar uit als hij weer voor een week terug keerde naar zijn huis in Sóller, dan moesten we hem daar opbellen. Na een tijd, gaf hij ons de sleutels van zijn huisje, zodat we, als hij weg was, in het donker de berghelling af konden glibberen en glijden om de schakelaar weer op 'aan' te zetten.
Water werd verzorgd door een andere Juan, die 2 tankwagens bezat. Hij tankte bij een bron in Deià, waar het water gewoon van de berg afliep. Dat verkocht hij dan weer voor een aardig bedrag. Omdat wij op zo'n steile helling zaten, moesten we bovenaan de weg een pijpleiding aanleggen naar de watertank onder ons terras. Als het zomer was had hij het erg druk en was het moeilijk hem te pakken te krijgen. Dus ruimschoots voor de tank leeg was, moesten we dat bestellen. Ik deed dat vaak, door 's morgens vroeg ( om 7.00 uur) op de weg te gaan staan tussen Deià en Sóller, waar de weg op het hoogste punt een afslag had naar onze urbanisatie, en enthousiast te zwaaien als ik hem zag. Het was een aardige man, die dan altijd stopte en beloofde, dat de volgende tank voor ons was en hij hield altijd zijn woord. Omdat het wel even duurde voordat het water beneden was daalde hij altijd de trap af om wat met ons te drinken en de lokale roddels door te nemen. Omdat wij het lokale 'sufferdje' : "Es Veu de Sóller" lazen, wisten we wel iets van de schandalen in het dorp , maar niet wie wie was, dat kon hij ons dan in geuren en kleuren vertellen. Zo was er in die tijd een soortgelijk verhaal , als dat van de Nijmeegse 'fietsenhok-affaire' nu, alleen met dat verschil dat het iets te maken had met een vals gebit, dat vast was komen te zitten, en de vrouw en man die daarbij betrokken waren, moesten door een dokter bevrijd worden. Inderdaad, een wethouder en een raadslid ! Todo Sóller lag in een deuk.

Na 7 jaar werd ons elektriciteitsprobleem opgelost door een Argentijnse butler (van onze rijke Engelse buurman) , die petanca speelde met de àndere elektricien van het dorp. Hoe en wat er gebeurd is weten we niet, maar het kostte ons een fles whisky en toen hadden we eindelijk de benodigde handtekening van onze eigen elektricien ( blackmail ?), zodat we op het elektriciteitsnet werden aangesloten en we ons huis konden gaan verwarmen en koelen met de warmtepomp.

Natuurlijk gaven we een groot feest, waar Juan Oliver en zijn vrouw Margarita onze eregasten waren.