maandag 22 februari 2010

Zondaglunch in Senija
























Mijn goede vriendin Pamela nodigde ons uit om samen met een paar vrienden de lunch te gaan gebruiken in restaurant Casa Manolo in Senija, een klein dorpje in de Jalón Vallei. Na gegoogled te hebben kwam ik erachter dat het restaurant al 3 generaties lang in handen was geweest van de familie van Manolo, maar als ik dacht dat ik nu van de beroemde specialiteit van het huis: de "pelotas" zou gaan genieten, kwam ik bedrogen uit ! Manolo en zijn vrouw serveren deze specialiteit, sinds kort, bij de tennisclub van Calpe. Dat is wel een hele andere ambiance. Moet ik dus toch weer in de competitie gaan tennissen om te weten te komen hoe lekker die pelotas eigenlijk wel zijn.
Enfin in "hun" restaurant staat nu de Engelse Neal in de keuken en zijn vrouw June treedt op als gastvrouw. Zij waren al bij ons bekend omdat ze, enige jaren geleden, een restaurant "La Tenería", hadden gerund vlakbij ons in Pedreguer.
Toen we binnenkwamen brandde het openhaardvuur, waar we even, met een glaasje cava in de hand, voor gingen staan om op te warmen, want buiten stond een koude wind. Er stonden wel radiatoren tegen de muren, die echter niet werkten, dus het vuurtje werd niet voor niets gestookt. Het nadeel was, dat zodra de afzuigkap in de keuken werd aangezet, het vuur gedoofd moest worden. Ach ja, dit blijft Spanje.
Het menu kwam me bekend voor, kennelijk heeft de kok een beperkt repertoire.
De zondagslunch is eigenlijk voornamelijk gericht op de Engelse clientèle: roastbeef met 3 veg. en Yorkshire Pudding en roastpotatoes. Op zichzelf niet slecht, als je Engelsman bent dan, neem ik aan. Gelukkig zat tussen de Engelsen ook een groep jonge Spanjaarden.
We moesten wel lachen om de groente die apart bij onze hoofdgerechten werd geserveerd : voor ieder 1 spruitje,1 broccoliroosje, en 1 plakje wortel !!! Nou ja, zware economische tijden zullen we maar denken. Op het voorgerecht en nagerecht was echter niets aan te merken. Heerlijke avocado met gerookte zalm en voor mij chocoladetaart toe. Een speciaal zondagmiddag-menu kost € 17,- inclusief een halve fles huiswijn per persoon.
Bij de koffie kregen we kleine glaasjes met de traditionele zoete Mistela wijn (in Jalón geproduceerd.) Heel aardig , maar ik houd niet zo van zoete wijn. Ik dacht met heimwee terug aan de Mallorquinse Hierbas, de sterke kruidenbrandewijn. Vaak zette de restauranteigenaar de hele fles bij ons op tafel, zodat we vrijelijk konden bij schenken.

Toen we wegreden zagen we de kerktoren uitsteken boven de bloeiende amandelbomen.
Eigenlijk vond ik het jammer dat we niet bij de echte Manolo hadden gegeten, dan was het Spaanse plaatje perfect geweest. Ik moet er maar in berusten : we zitten nu in Europa, dus eten we Grieks in Nederland, Italiaans in Duitsland en Engels in Spanje. So be it.



maandag 8 februari 2010

damesdubbelen
























De nieuwe beheerders van La Sella Tennis, Kurt en Diego, zijn heel enthousiast begonnen om de banen en de faciliteiten te verbeteren. Om de onderlinge leden wat beter kennis met elkaar te laten maken, want de verschillende nationaliteiten spelen bijna uitsluitend onder elkaar, hadden ze de laatste twee weekeinden van januari een dubbeltoernooi georganiseerd. 22 Herendubbels meldden zich aan, echter maar 6 bij de dames. Ik had tevergeefs geprobeerd een sterke partner te vinden, omdat mijn vaste partner Liz een voetblessure heeft. Mijn coach, Diego, vond dat ik toch mee moest doen en ging links en rechts op zoek naar een geschikte dame, maar de één na de ander liet het afweten. Toen heeft hij Liz ervan overtuigd dat ze het er best op kon wagen ondanks haar blessure. Ik zou dan gewoon wat harder moeten lopen als compensatie.
De damesdubbels waren in twee groepen van drie ingedeeld zodat ieder paar in ieder geval twee wedstrijden zou spelen. De nummer 1 zou dan de nummer 2 van de andere groep spelen in de halve finales.
Onze eerste wedstrijd was gelijk de zwaarste. De twee dames hadden al hun wedstrijden in de competitie gewonnen en ze waren bovendien lekker fanatiek. Natuurlijk wisten ze van de loopproblemen bij Liz en probeerden daar op in te spelen. Liz en ik hadden echter onze tactiek aangepast om haar zo min mogelijk bewegingen naar rechts te hoeven laten maken, want dan deed haar voet het meeste pijn. Daarom ging ik, als Liz van rechts serveerde, halverwege in het het rechter servicevak staan: dat is de zgn. Australische opstelling. De tegenstandster had dan verschillende opties : 1) ze sloeg rechtdoor, waar Liz wèl heen kon lopen, bovendien staat ze daar normaal vanwege haar goede slice backhand, 2) ze sloeg crosscourt , maar als de bal niet cross genoeg was zou ik hem weg kunnen volleren, 3) ze sloeg een lob over mijn hoofd, maar dan moest hij wel hoog genoeg zijn zodat ik hem niet kon smashen. Het eigenaardige is dat ze uitsluitend optie 1 gebruikte, of ze bang voor me was !? Verder gebruikten Liz en ik veel de dropshot als wapen, omdat de meeste dames het liefste vanuit het achterveld opereren. Eén opponente was goed in smashen, dus hadden we al snel door dat we de bal beter niet omhoog konden gooien. We wonnen de eerste set met 6-4 . Liz en ik kregen wat moeite in de tweede set, omdat onze tegenstandsters vervelend begonnen te lobben om de vaart uit het spel te halen. Eerst speelden we het spelletje mee want mijn topspin lobs zijn veel gevaarlijker, maar het ging wat vervelen, dus hebben we de rest van de partij zoveel mogelijk de bal uit de lucht genomen. De tweede set was ook 6-4, omdat we bij 5-2 voorsprong vergaten de partij uit te maken.
Omdat het derde damesdubbelteam zich afmeldde, stonden we na 1 wedstrijd al in de halve finale waar Liz en ik tegen twee dames speelden, die we coachen tijdens match practice. We proberen ze daar uit te leggen waar ze op moeten letten, tactiek, techniek etc. Ze doen het aardig in de derde divisie van de competitie, maar ze waren natuurlijk geen partij voor ons : 6-0,6-0 binnen veertig minuten.
In de finale kwamen we weer tegen paar 1 te staan, want zij hadden in 3 sets de andere halve finale gewonnen.
Bij het inslaan merkte ik al enig venijn bij de dames aan de overkant. Ik stond aan het net om mijn volleys te oefenen en ipv mij de bal aan te geven kreeg ik die zo hard mogelijk om mijn oren. Niet echt leuk. Ik dacht erover na of ik er iets van zou zeggen, maar besloot mijn mond te houden. 'Let your racket speak,' zou Luis ( mijn coach van de afgelopen acht jaar die echter afscheid van La Sella heeft genomen) zeggen. Met die gedachte in mijn achterhoofd begonnen we de wedstrijd zeer geconcentreerd. De eerste set wonnen we met 6-0. We gunden de tegenstandsters slechts 3 punten. Hoewel je weet, dat het gevaar bestaat dat je in slaap valt als het zó gemakkelijk gaat, begonnen we wat minder scherp te spelen. En ja hoor, het werd 0-2 en via 2-2 en 2-3 kregen we gelukkig onze inspiratie weer terug en eindigden we de set met 6-3. Deze keer probeerden onze tegenstandsters wel optie 2 en 3 bij onze Australische opstelling, maar ik volleerde en smashte met succes de aanvallen af, daarna probeerden ze het niet meer.
Liz en ik wonnen ieder een trofee, een voucher voor een diner in een goed restaurant en een kortingsbon van een sportzaak in Denia.
In de finale van de heren wonnen een Engelsman met een Duitser, van een Italiaan en een Spanjaard. In de troostronde wonnen twee Engelse heren van een Duitser en een Zwitser.
Na de prijsuitreiking werd het nog een leuk internationaal feestje.
Diego en Kurt plannen al weer het volgende La Sella Toernooi, deze keer voor enkelspelers.


zondag 7 februari 2010

Ja fijn, doe mij maar kernafval in mijn achtertuin!
























Wie wil de kernafval van alle 8 kerncentrales in Spanje in zijn gemeente opslaan ? Dat was de vraag van premier Zapatero aan alle burgemeesters in zijn land. Nu zou je zeggen dat die allemaal tegelijkertijd zouden roepen: 'Niet in mijn achtertuin !' maar het tegendeel is waar; zeker 12 steden en dorpen hebben zich beschikbaar gesteld. De oorzaak van dit enthousiasme schijnt de economische recessie te zijn, want de regering heeft beloofd dat de uitgekozen gemeente ieder jaar, en dat zeventig jaar lang, 6 miljoen euro's krijgt met bovendien de garantie dat er werk komt voor 500 personen.
De meest opvallende sollicitatie kwam uit het dorpje Zarra, met 500 inwoners (waarvan de helft expats zijn,) in de mooie Ayora Vallei van de provincie Valencia. De burgemeester Juan José Rubio riep een vergadering bijeen zonder de raadsleden en bewoners hierover in te lichten en met behulp van de wethouders van zijn eigen politieke partij jaste hij de motie erdoor heen. De volgende dag lazen de inwoners in de krant, over hun verlangen kernafval in hun achtertuin op te slaan.
De burgemeester is op zichzelf al een "kleurrijke" persoon, want net als zoveel van zijn andere collega's is hij in 2008 gearresteerd wegens beschuldigingen van corruptie, omdat hij toestemming had gegeven voor het bouwen van talloze villa's zonder vergunningen. Hij is vrijgelaten, maar de beschuldigingen zijn daarmee nog niet verdwenen. Tot zijn arrestatie was hij al 31 jaar burgemeester voor de socialistische partij, de PSOE, die hem als gevolg daarvan royeerde als partijlid. Maar Rubio was niet voor één gat te vangen en ging verder als "indepediente" en werd bij de laatste verkiezingen gewoon weer herkozen. Hij is ondertussen danig in zijn sas, want als zijn dorp uitverkoren wordt, belooft hij een muziekcentrum, verzorgingstehuis en een sporthal te bouwen. De burgemeester is blij, zegt hij, want dan zal zijn dorp blijven bestaan.
Zouden er geen betere manieren zijn om een dorp in stand te houden buiten het bouwen van illegale villa's voor buitenlanders en het dumpen van kernafval in de natuur om ? Dat vraag ik me af, meneer Rubio.





zaterdag 6 februari 2010

Internet problemen

















'Nee mevrouw, u bent verbonden met ADSL en Internet,' zei de zoveelste Telefonica- medewerk(st)er in het kwartier dat ik al aan de lijn hing.
'Als u denkt dat u technische problemen heeft moet u 2002 bellen. '
'Maar dat nummer hèb ik gebeld om te melden dat ik geen ADSL en geen Internet heb, behalve als ik een telefoonnummer draai. Dan krijg ik ze terug voor enkele minuten of uren, dat hangt ervan af, en àls ik verbinding heb dan gaat alles hééél langzaam. Bovendien zit er ontzettend veel ruis op mijn telefoonlijn.'
Telefonica is berucht bij de buitenlandse residenten omdat het bedrijf zo ontoegankelijk is. Dus ben je de klos als je storing ondervindt.

Het was allemaal vorige week begonnen met een zware storm, die de stortregens horizontaal door onze tuin en tegen het huis aan liet kletteren. Ik weet niet hoe andere mensen dat ervaren, maar ik vind het uitermate irritant dat in Spanje, met slecht weer, van alles niet meer werkt. Meestal is het de elektriciteit die uitvalt, maar deze keer was de telefoonlijn aan de beurt. Dat komt omdat hier alle leidingen boven de grond hangen. Als je soms ziet hoe de draden tegen de huizen aangeknoopt worden (wat bovendien een rot gezicht is) en hoe de telefoonlijnen soms door een storm op de grond of in de bomen terechtkomen, dan is het een wonder dat de economie überhaupt nog kan draaien. Zelfs heel succesvol als je de premier moet geloven.
Maar goed, na bijna twee weken kwam er iemand van de technische dienst kijken en na een tijdje zoeken, kwam hij er achter dat op één van de telefoonpalen in onze tuin de aansluiting verrot was, omdat er geen kapje op zat die moet verhinderen dat er water in loopt.

Nieuw kapje erop en... hoera het is gelukt ! Ik kan weer zonder gevloek achter mijn computer gaan zitten en verder aan mijn blogs schrijven.

dinsdag 12 januari 2010

Vallende duiven

















Sinds een paar maanden hebben we een tuinman, die op Wim's aanwijzingen de bomen en heggen is gaan snoeien. Omdat dat de laatste jaren niet gebeurd is was de klimop door de hele boomgaard heen gegroeid en had dikke boomstronken gevormd. Dat was een hele klus om dat van de bodem op te ruimen. De fruitbomen zaten vol met dode takken die nu verwijderd zijn. De tuinman werkt echter harder dan de opruimdienst ( Wim) zodat de hele tuin vol met hopen afstervende takken en struiken ligt.
We woonden eerst op een, door hoge, dichte heggen voor de buitenwereld afgesloten, eiland. Nu de heggen gesnoeid zijn tot borsthoogte, hebben we plotseling een weidse blik op de vallei en de bergen erachter. Ineens kan ik weer die lelijke urbanisaties op de berghellingen en de oprukkende blokkendozen van de zich uitbreidende industrie-terreinen van Ondara en Beniarbeig zien.

Helaas heeft de decimering van de heggen ook een negatief gevolg, nl. dat men nu ook van buiten bij ons naar binnen kan kijken. Gisteren had de tuinman net achterin de tuin een stukje van de coniferenhaag gesnoeid, toen de honden hard begonnen te blaffen. Ik keek naar buiten en zag daar een paar mannen die wild met hun armen naar mij stonden te zwaaien. Ik dacht gelijk aan een boeven-truc om mij het huis uit te lokken, terwijl ondertussen anderen het huis aan de achterkant binnen zouden dringen. Maar toen ik beter keek zag ik, aan onze kant van de heg, grote kleurrijke vogels fladderen. Door de afstand kon ik niet zo goed zien wàt voor vogels. Voor alle zekerheid hield ik Floppi en Mützi binnen, deed de voordeur op slot en begaf me naar ons toegangshek, waar ik nog meer mannen zag lopen.
Ik hoorde ze Valenciaans met elkaar spreken, dus het waren in ieder geval geen Russen, Bulgaren of Roemenen ( sorry, die hebben een slechte naam.) Ze legden me uit, dat ze uit Beniarbeig kwamen en hun sierduiven hadden losgelaten, maar dat ze boven mijn tuin naar beneden waren gevallen. Het leek me meer landen, maar ik liet het maar zo.
Of ze in mijn tuin mochten om ze te vangen? Ze hadden een houten doos bij zich, waarin een duif zat. Waarschijnlijk de leider van de til. En inderdaad, ze lieten de duif uit het doosje en de anderen sprongen, aangemoedigd door de mannen, op de net gesnoeide heg waar ze aan de andere kant opgepakt konden worden en in kooien gestopt.
Toen de operatie afgelopen was, verlieten ze de tuin terwijl ze me vol warmte bedankten.
Ik had mijn goede daad voor de dag weer verricht, maar toch hoop ik dat die heg gauw weer boven de twee meter zal zijn gegroeid, zodat ik weer ongezien mijn boek kan zitten lezen.





zondag 10 januari 2010

Foute burgemeesters







































Je zult toch als buitenlander je oog hebben laten vallen op een leuk stukje grond in de Jalón-vallei, op de Pla de Llíber! Het hebben gekocht van de project-ontwikkelaar die verzekerde dat alles dik in orde was, om er na een paar jaar achter te komen dat je huis illegaal is, omdat het gebouwd is op beschermd natuurgebied en de aannemer zonder legale bouwvergunning te werk is gegaan?
Wie waren daar verantwoordelijk voor ? De burgemeester, de stadsarchitect ( die ook onze stadsarchitect is) , de aannemers en bouwbedrijven. Iedereen heeft ervan geprofiteerd behalve de onfortuinlijke woningbezitters, die nu zonder water, telefoonaansluitingen en/of elektriciteit, en soms ook nog in onafgebouwde huizen, zitten.
De verantwoordelijke burgemeester en stadsarchitect zijn het gevang in gegooid, maar dat helpt de woningbezitters van de 300 illegaal gebouwde huizen niet.
Na de perikelen rond de LRAU- wet (die nu LUV heet, maar wat in de praktijk nauwelijks verschil maakt: je huis en grond kunnen zomaar onteigend worden in het belang van de gemeenschap, d.i. urbanisaties neerzetten, een spoor voor de snellle AVE trein aanleggen , of een snelweg door je huis trekken) is dit nieuwe schandaal geen goede reclame voor de Costa Blanca, en eigenlijk voor heel Spanje. Zeker nu het economisch slecht gesteld is met het land. Boven op deze ellende worden de kosten van al die projecten hoofdelijk omgeslagen over de bewoners van het te legaliseren project.
Deze hele episode doet me denken aan de tijd dat we op een illegale urbanisatie in Sóller, op Mallorca, woonden. Gelukkig kregen we wel, na jaren, elektriciteit en na veel moeite en kosten een telefoonlijn, maar verder kon je niets beginnen. Onze boze Duitse buurman had een tweede huis op de urbanisatie ( Bens d'Avall) gekocht en wilde ingrijpend gaan renoveren, maar hij kreeg daar geen vergunning voor. Hij had een afspraak met de burgemeester gemaakt en vroeg of ik meeging omdat ik de taal beter beheerste ( zowel Castellano als Mallorquin). Hij beklaagde zich bij de burgemeester en de gemeentesecretaris erover, dat ze halsstarrig bleven vasthouden aan het feit dat we illegaal waren, maar dat wij bij het kopen van de grond en het bouwen van onze huizen alle kosten voor vergunningen etc. aan de projectontwikkelaars en de aannemer hadden overgemaakt. Jawel, zei de burgemeester, maar die hebben dat geld niet aan de gemeente overgedragen en zolang de belastingen niet voldaan worden blijft de urbanisatie illegaal. Wilden we niet zelf die schuld op ons nemen ? Om de urbanisatie daarna alsnog legaal te maken zouden er ( op onze rekening) wegen, trottoirs, straatverlichting, waterleiding en riolering kunnen worden aangelegd ! Jawohl , en daarmee zouden we tevens de weg vrij maken voor het bouwen van appartementencomplexen en jachthavens. 'Sind die verrückt geworden, daß gibt's doch nicht ?' riep boze buurman.' Qué ?' 'No puede ser : no pot ser !' vertaalde ik. 'Sí, claro que sí,' zeiden de burgemeester en de gemeentesecretaris. Nou, daar prakkizeerden we dus niet over !
Konden we dan de projectontwikkelaars niet aanspreken, suggereerden ze. Nee, dat kon niet. De ene was al dood en zijn zoon, de burgemeester van Deià, wilde niet meewerken. De andere leefde nog wel, maar was zo dement dat zijn dochter ons geen toegang meer tot hem wilde geven. Het was dus een patstelling, die tot op de dag van vandaag ( 12 jaar later) nog steeds bestaat.
In het Spaanse parlement is er een tijdje sprake van geweest om een wet te produceren, die alle illegale urbanisaties in Spanje ( en dat zijn er ontelbare) in één klap legaal maakt, maar tot op heden is daar niets van terecht gekomen.

Zeker weet je het nooit, maar het is van belang dat je je goed informeert over de, vaak corrupte, gang van zaken in het vreemde land waarin je je wilt gaan vestigen. Zo hadden we eens het idee opgevat, dat we eigenlijk wel naar Italië wilden verhuizen. We informeerden zo eens links en rechts bij buitenlanders die al in het gebied woonden ( Umbrië) en toen we hoorden dat de maffia aan het oprukken was naar dat gebied, zijn we maar in Spanje gebleven.
Maar het blijft wel wennen, als Nederlander.

vrijdag 1 januari 2010

Zonder "Het Bureau"




















Het zal even wennen zijn, want ik heb het uit: Het Bureau van J.J. Voskuil. Ik zal Maarten Koning en zijn dagelijkse belevenissen missen en vind het jammer dat er niets meer volgt (behalve dan misschien wat verhalen over, hoe hij al ruziënd met zijn vrouw zijn jaarlijkse voettochten maakt in de Auvergne.) In ruim 5500 bladzijden heeft hij in korte maar heldere stijl de sleur beschreven tijdens zijn kantoorbestaan op het wetenschappelijke P.J. Meertens Instituut voor Volkstaal, Volkscultuur en Volksnamen. De karakters van de collega's in het binnen- en buitenland worden weergegeven met een leitmotiv, zoals bv. Tsjaikowski dat doet in "Peter en de Wolf" door ieder dier een eigen melodie te geven. Zo gaat bij Voskuil zijn baas Balk met zijn voet zitten wippen als hij ongeduldig wordt, Asjes houdt het document dicht bij zijn ogen, Muller grijnst, Tsjitske knijpt haar ogen dicht, Joop slaat luidruchtig met haar vuist op tafel, Sien, voorovergebogen, ziet wit van de zenuwen, Lien krijgt een kleur en kijkt de andere kant uit, enzovoort, enzovoort. Maarten Koning is dit: hij gaat zijn kamer binnen, hangt zijn jasje op, zet zijn plastic tasje in de boekenkast, zet het raam op een kier, haalt de hoes van zijn schrijfmachine, gaat zitten, draait een vel papier met vier doorslagen in zijn machine en gaat zitten tikken. Zo begint iedere werkdag , drie decennia lang. Door de jaren heen groeit bij hem de overtuiging dat zijn werk zinloos is en waar hij en zijn collega's mee bezig zijn geen enkele wetenschappelijke waarde heeft. Zijn vrouw helpt ook al niet mee, door alles wat met Het Bureau te maken heeft af te kraken, want dat haar man zich maatschappelijk is gaan gedragen door zich verantwoordelijk op te stellen voor zijn ondergeschikten en zelfs veel werk mee naar huis neemt, bevalt haar helemaal niet. "Je gaat dat toch niet doen, ook nog eens thuis zitten werken voor dat rot Bureau van je ? Stel je voor zeg ! Dat verbied ik je. Met zo iemand wil ik niet getrouwd zijn, dan sodemieter je maar op, mijn huis uit."
Arme Maarten Koning voelt zich vaak triest en met de intrede van het computertijdperk en de opkomst van de managers besluit hij in de VUT te gaan. Zijn vrouw wil hem niet thuis hebben want daar loopt hij haar tijdens het huishouden in de weg, dus gaat hij iedere dag, met zijn pakje brood, maar een eind fietsen. Als hij op het Bureau komt om zich voor te bereiden op de paar commissies waar hij nog in zit, maken de oud-collega's door hun gedrag hem geleidelijk aan duidelijk dat hij niet meer welkom is. Weg is weg: de koning is dood, leve de koning !
Waarom is het zo verslavend om te willen weten, wat er op dat saaie bureau gebeurde ? Misschien om je vermoedens bevestigd te zien dat iemand er inderdaad de kantjes van af loopt, of zich ziek meldt als er problemen zijn. Of zijn het de onderlinge rivaliteit en de kleine treiterijen die zo intrigeren ? Je vraagt je af, met het tempo waarin deze ambtenaren bezig zijn, of er überhaupt iets uit hun handen zal komen....! Iedereen die op een kantoor gewerkt heeft zal het wel herkennen en de mensen die al met pensioen zijn zullen begrip hebben voor het feit, dat het niet gemakkelijk is om te moeten accepteren dat je uitgerangeerd bent, dat je van nul en generlei waarde bent geworden en dat niemand je meer ziet staan. Was je eens in jouw tijd belangrijk voor je vak? Dat is voor de nieuwere generaties totaal niet van belang. Ze willen het niet eens weten!

Als het al een troost is: iedereen komt aan de beurt om opgevolgd te worden, als hij, of zij, maar lang genoeg blijft leven.




vrijdag 25 december 2009

Fijne Kerstdagen

























Fijne Kerstdagen en een Gelukkig en Gezond 2010.

zondag 6 december 2009

Een wandeling door Denia
























Het was gisteren een prachtige dag en ik besloot om weer eens door het oude gedeelte van Denia te wandelen, dat had ik al een hele tijd niet gedaan.
Wat Denia zo interessant maakt is dat de vissers hier nog actief zijn, daarom is het stadsbeeld 's zomers en 's winters altijd levendig, ook omdat de bars en restaurants vol zitten met lokale mensen en niet alleen met toeristen of buitenlanders die hier in vrij groten getale zijn komen wonen.
Ik parkeerde de auto onderaan de muur van het oude kasteel en liep de berg af, het antieke gedeelte van de stad binnen.
Toen wij hier 12 jaar geleden voor het eerst, met de pont uit Mallorca, aankwamen was het een vervallen stadsdeel geweest, maar zo te zien heeft de toegenomen welvaart, ook hier, er voor gezorgd dat vele huizen door de jongere generatie opgekocht en opgeknapt zijn zodat het er een stuk minder verlopen uitziet dan ik me herinner. Alleen die elektriciteitsdraden aan de buitenkant van de muren, dat blijft een slordig gezicht. Dat zal er dan ook wel de oorzaak van zijn dat bij slecht weer de stroom regelmatig uitvalt.
























Ik stak de boulevard over en ging de pier op waar vele vissersboten aangemeerd lagen.
Waarschijnlijk wordt er op het weekeinde niet gevist, want de boten lagen soms drie rijen dik aan de kant. Sommige vissers stonden naast hun schepen een beetje na te kletsen over de ervaringen van de afgelopen week (of over voetbal daar wil ik vanaf zijn), want het had een paar dagen flink gestormd. Anderen waren bezig met het herstellen van de netten. Grote kluwen netten en touwen ( of moet ik landvasten zeggen) lagen op de kade opgestapeld






















en hier en daar stonden mannen tussen de schepen te hengelen. Zoals altijd lagen zwermen meeuwen op de loer om op hun eigen karakteristieke manier een visje te verschalken. Groepjes personen van de 'tercera edad' , zoals de pensionistas hier worden genoemd, liepen wat op de kade rond te scharrelen. Ik realiseerde me met een schok dat ik zelf ook onder die laatsten gerekend moet worden. 'Ach oud, de duvel is oud', dacht ik bij mezelf. Ik onderscheidde me sowieso van de in elkaar gekrompen Spaanse vrouwtjes, met mijn spijker-broek en- jasje, mijn wilde bos blonde haren en niet te vergeten mijn piepkleine Sony'tje in de hand. Dat ik een grote zonnebril ( à la Audrey Hepburn in "Breakfast at Tiffany's) op had scheelde natuurlijk ook wel; dan kon je niet zien, dat mijn oude ogen hevig traanden in het felle zonlicht.
Aan de overkant van het water lagen de moderne zeiljachten die me deden denken aan de tijd dat we zelf een paar jaar rondgezworven hebben over de Middellandse Zee, op onze tocht van Mallorca naar Turkije via Sardinië, Sicilië, Malta, Kreta, Rhodos en de overige Griekse eilanden, maar daarover een andere keer.

Via de Marqués de Campo, de hoofdstraat waar de vele terrasjes uitnodigden voor een kopje koffie of een drankje en de winkels lokten met hun exclusieve koopwaar, liep ik terug naar de auto via de voetgangerstunnel onder de berg door, waar bovenop het kasteel lag te pronken in de warme zonneschijn.



zondag 29 november 2009

Kees Romeijn Memorial Tennis Tournament
























Eén keer per jaar organiseren we een tennistoernooi ter nagedachtenis van één van de oprichters van onze club, die al weer meer dan 25 jaar geleden plaats vond in Jávea, de plaats die ook in onze clubnaam is inbegrepen. Zijn 80ste verjaardag hebben we op gepaste wijze op de club gevierd met koffie en gebak en daarna drankjes zodat we op zijn goede gezondheid konden toasten. Als cadeau kreeg hij een tennisracket cadeau, dat hem overhandigd werd door voorzitter Paul David, uiteraard met een toespraak, een gedicht en een kaart waar de aanwezige leden hun beste wensen op hadden geschreven.
Helaas is hij kort daarna plotseling overleden, zodat hij niet veel met zijn nieuwe racket heeft kunnen spelen.
Het club comité heeft toen besloten om ter zijner nagedachtenis ieder jaar een tennistoernooi te organiseren, met als hoofdprijs een inscriptie op het tennisracket van Kees.
Kees' dochter Ellen, komt ieder jaar speciaal over, niet alleen om aan het toernooi deel te nemen, maar ook om de overige prijzen aan de winnaars uit te reiken, die zij uit Nederland meeneemt.
Dit jaar was een lustrum en ik had me, als club captain, bereid verklaard om het toernooi te organiseren. Het was een prachtige zonnige dag en 22 deelnemers streden in 4 x 8 games gemengd- dubbelspel, waar de dames na 4 games van partner wisselden, om de prijzen.
Tijdens de lunch reikten Ellen en ik de prijzen aan de winnaars van dit jaar uit, het begeerde tennisracket, plus Delfts blauwe kommen en koppen en niet te vergeten : tulpen uit Amsterdam.
























De winnaars van dit jaren waren : Ivan Segal en Noelle Vickers. De runners up : John Vickers en Andrea Poot. Proficiat.

zondag 15 november 2009

Collages maken

Veertig jaar geleden om deze tijd zat ik gestationeerd in Tokyo en wel helemaal in mijn eentje. Ik was er nog nooit geweest en ik had een paar weken nodig gehad om te wennen aan die heel andere cultuur.
Je kunt er nog zoveel over lezen, wat ik inderdaad gedaan had, maar de praktijk pakt toch meestal anders uit.
Ik liep rond in de parken en bewonderde de bruggetjes, vijvers met de veelkleurige karpers, theehuisjes, stenen lantaarns, waterbakken, en de perfect aangeharkte paden. Overal waren tuinlieden aandachtig in de weer om, met witte handschoenen aan, met een nagelschaartje de azalea's en camelia's te snoeien.
























Ik kocht boeken over de bloemschikkunst ( Ikebana), het kweken van miniatuurboompjes ( Bonsai), het kalligraferen van Japanse karaktertekens, de inrichting van de traditionele houten huizen met hun tatamimatten en shoji-deuren, en over de etiquette, gewoonten en feestdagen van de Japanners.
Maar het mooiste vond ik toch het ontdekken van de Japanse gedichten. Vooral het drieregelige gedicht, de haiku, trok me aan vanwege de eenvoud. Die gedichten geven een korte impressie weer, je zou het een Zen-moment kunnen noemen( waarin je in een plotselinge flits een diep inzicht krijgt) en is natuur- en seizoens- gebonden.

Sinds ik een paar jaar geleden Picasa ontdekte, ging er een hele nieuwe wereld voor me open. Foto's, scans van schilderijen, teksten, brieven en muziek bewerken werd gaandeweg een fluitje van een cent en ik begon voorzichtig te experimenteren met het maken van collages. Eerst waren ze nogal onbeholpen en eenvoudig, maar al gauw zag ik de vele mogelijkheden om er creatiever mee bezig te zijn en sindsdien heb ik menig plezierig uurtje achter mijn laptop doorgebracht, al zoekende naar de mooiste combinaties.

De afgelopen maand heb ik veel nieuwe indrukken opgedaan via gedichten, muziek en schilderkunst en die hebben me op hun beurt weer geïnspireerd om die om te zetten in vele multicollages ( beelden over elkaar heen plaatsen.) De kunst is dan om de verschillende onderwerpen in één nieuw beeld samen te vatten.

De volgende ( herfst) haiku heb ik uitgezocht, omdat er bij één van die afgelopen maand opgedane indrukken sprake was van een spin in zijn web, wat me op zijn beurt weer geïnspireerd heeft tot het maken van de volgende collage als uitbeelding van het gedicht.

Het lijkt me een mooie afsluiting van een prachtige herfstdag in Spanje.

































Bovenstaande collage heb ik gemaakt van een bladzijde Japanse karaktertekens, een tekening van Karl Bohrmann, een foto van een vlucht kraanvogels van Krijn Dijkema, een A(stronomical) P(icture) O(f the) D(ay) van een nieuwe maan met Venus, en een foto van een spinnenweb.

maandag 9 november 2009

Rock Concert
























Afgelopen zaterdag ben ik met een aantal tennis-vrienden naar het Auditori van Ondara geweest om een rock-concert bij te wonen van de 'Tribute Band of Pink Floyd'. Nu was ik veertig jaar geleden al geen fan van deze groep, maar dat was ik eigenlijk van geen één band. Natuurlijk kende ik wel 'The Wall' ( wat ik een bijzonder eentonig liedje vond) omdat ik in de jaren zeventig/tachtig van de vorige eeuw vrijde met een vriend die tiener-kinderen had; zodoende hoorde en zag ik ze iedere week voorbijkomen in 'Top of the Pops' , of een soortgelijk programma.
Het is trouwens een vreemd verschijnsel, dat hier aan de Costa Blanca zoveel zgn. tribute bands actief zijn. Vorig jaar hadden we bijvoorbeeld, bij het Championships Ball van mijn tennisclub, 'Abba' ingehuurd. Als je dat amateuristische geklungel ziet snap je niet dat iedereen zo enthousiast was. Dan zijn er nog een aantal 'Elvissen' actief, die goed hun brood bij elkaar schnabbelen en andere zangers die met een geluidsbandje of een electronische piano voor 'entertainment' zorgen. Voor de Nederlanders in dit gebied zijn er een aantal 'volkszangers' actief die Jantje Smit, René Froger of Gordon imiteren, of een andere BN-er met een smartlappen-repertoire.

Maar goed, na intensief bezig te zijn geweest met klassieke muziek, leek het me wel aardig om, voor de eerste keer in mijn leven, met een aantal enthousiaste Engelsen naar een rock concert te gaan. We hadden afgesproken elkaar te ontmoeten in een lokale bar, waar de inwoners van Ondara bij het onromantische licht van spaarlampen hun biertjes dronken en sigaretten rookten. De barman was er maar druk mee, vooral met het begrijpen van de orders van de Engelsen. Die wezen op de biertap en zeiden dan 'uno' . Una caña, verbeterde ik. Ach, niet dat ze dat kunnen onthouden.
De bar-katten wachtten of er iets te smikkelen viel en we zaten gezellig gerookt te worden.

Na een uurtje gingen we dan eindelijk naar het Auditori ( Valenciaans voor Auditorium).
De toehoorders haalden nog even gauw een drankje bij de bar en toen begon het spektakel.
Drie gitaristen, waarvan twee mannen van middelbare leeftijd en één jonge meid, een drummer en een paar dames in glitterpakjes die op de maat meedeinden, begonnen aan nummer één, terwijl rook opsteeg uit de coulissen zodat we bijna niemand meer konden zien. Maar het ergste was nog dat ik gelijk ook niets meer kon horen door het uitstoten van maximale decibellen door de geluidsapparatuur. Het geluid van de elektrische gitaren, vermengd met de drums sneden als een cirkelzaag door mijn slapen, en ik dacht even dat mijn trommelvliezen opgeblazen werden, zo'n druk stond erop. Ik keek eens om me heen, maar iedereen zat gezellig mee te wippen, met hoofd, hand en voeten en ze zagen er niet uit alsof ze leden zoals ik.
Zou ik opstaan en weggaan ? Even wachten, misschien werd het nog beter of hoorde ik ergens een melodie die me beviel of hadden ze ook nog wat zachtere nummers in de aanbieding? Ik denk echter dat ik het niet snapte, want de lol is nu juist dat het maximum uit de muziekinstrumenten moet worden gehaald, het heet immers niet voor niks 'hard-rock'?

De pauze kwam als een zegen. Ik heb me verontschuldigd bij mijn vrienden, maar ik kon echt niet blijven voor de tweede helft. Gelukkig was ik niet de enige van onze groep, nog vier anderen hielden het ook voor gezien.

Thuisgekomen heeft het nog een uur geduurd voordat ik mijn gehoor en spraakvermogen weer enigszins terug had.

Diegenen van ons groepje die gebleven waren hebben volop genoten. Met de armen gezwaaid, meegezongen en op en neer gedanst. Daarna hebben ze nog een drankje gedronken met de leden van de band, die heel erg in hun sas waren geweest met hun 'performance' van die avond.
Goed dat ik er toen niet meer was..!

maandag 26 oktober 2009

Herfst in Pedreguer
















Montgó in de morgen, gefotografeerd vanaf La Sella.

Hoe ziet eind oktober er in onze contreien uit? Na de stortregens van de gota fría, die half september begonnen en de hevige storm van de vorige week die beiden veel schade hebben aangericht, is het even rustig op het weergebied. Nu heerst "El verano de Jeronimo", bij de Engelssprekenden beter bekend onder de naam "Indian Summer" .
De bladeren van de populier beginnen in steeds groteren getale naar beneden te dwarrelen en zullen over een paar weken zo'n dik tapijt vormen, dat het veel werk zal kosten het weer opgeruimd te krijgen. Naast de vijg, wiens bladeren ook prachtig verkleuren en daarna afvallen, staat de loquat in bloei. In april/mei van 2010 zullen we de vruchten kunnen eten.

We hebben sinds een paar weken een tuinman, die door Wim is aangetrokken om de compleet overwoekerde tuin weer op orde te krijgen. Hij werkt hard en de bergen met tuinafval zijn dan ook niet te overzien, maar hopelijk is binnenkort het pad naar de verbrandingsplek weer vrij gemaakt, zodat we het kunnen gaan verwerken. Een aardige bijkomstigheid is wel dat er nu veel hout voor de open haard is vrijgekomen; daar zullen waarschijnlijk vooral onze buren, die geen centrale verwarming hebben, van gaan profiteren. Voor de honden is het ook een feest; overal die nieuwe paadjes waar ze zo heerlijk kunnen gaan snuffelen om al die andere dieren in de tuin op te sporen.

Eén appelboom en de mispel zijn omgehakt, niet waar ik voor gekozen zou hebben, maar twee kapiteins op een schip.... Ik zal er maar in berusten, misschien dat ik in het voorjaar nieuwe bomen ga planten.

maandag 28 september 2009

Millennium Trilogie en Het Bureau

De laatste paar maanden lees ik boeken die al uitgebreid besproken zijn in de media, maar hoe jubelend of lovend de recensenten vaak ook zijn, de beoordeling van een boek blijft altijd afhankelijk van de literaire bagage en de levenservaring van de lezer zelf.

In april kocht ik de Millennium Trilogie van Stieg Larsson, omdat de boeken in de kranten en op alle lees- en boekblogs gunstig werden beoordeeld. Toen ik door de paar duizend bladzijden heen was, had ik de indruk een modern sprookje te hebben gelezen. Griezelig zo nu en dan, macaber, soms spannend met als ondergrond de hedendaagse politieke, juridische en zakelijke wereld, waarvan het bij iedereen zo langzamerhand wel bekend is dat er daar veel gebeurt wat het daglicht niet verdragen kan. De hoofdpersoon, Lisbet Salander, wordt opgevoerd als een geniale 'nerd' die ongrijpbaar is voor justitie, omdat ze kans ziet zichzelf onzichtbaar te maken door allerlei vermommingen toe te passen. Bovendien is ze lid van een wereldwijde groep 'hackers' die in ieder computersysteem kan inbreken. Met deze moderne technologie als wapen neemt ze wraak op iedereen die haar in het verleden slecht behandeld heeft en het gaat er daarbij niet bepaald zachtzinnig aan toe. Na de laatste bladzijde te hebben gelezen, kan ik niet anders concluderen dan dat het succes van de boeken te danken moet zijn aan het feit, dat het de droomwens van iedereen is, om radicaal met al je vijanden en tegenstanders af te kunnen rekenen: kijk maar naar de films van Clint Eastwood als Dirty Harry... maar in de echte wereld is het helaas niet erg geloofwaardig.

Het staat me tegen als mensen zeggen dat je 'zus-en-zo' boek moet lezen, want dat wekt bij mij een soort tegenzin op, dus toen er in de negentiger jaren een hype ontstond rond "Het Bureau" van J.J. Voskuil, liet ik die boeken links liggen. Eigenlijk ben ik pas nieuwsgierig geworden na het lezen van zijn boek 'Binnen de Huid' , dat dit voorjaar postuum verschenen is.
Omdat dit boek een schakel is tussen "Bij nader inzien" dat zijn studentenleven beschrijft en "Het Bureau" waarin de jaren beschreven worden die hij werkend doorbrengt op het wetenschappelijke "Meertens Instituut" voor volkskunde, kon ik kiezen of ik wilde weten wat vóór "Binnen de huid" was gebeurd of daarna.
Ik koos daarna, en moet dus raden wat de jeugdidealen van hem en zijn vrouw zijn geweest.
























Wat belangrijk is, lijkt mij, voordat je "Het Bureau" gaat lezen, is te weten hoe het was om op te groeien in de eerst helft van de twintigste eeuw. Omdat ik geboren ben in de 2e Wereldoorlog, weet ik me nog heel goed te herinneren hoe Victoriaans onze opvoeding eigenlijk was. Over seks werd nooit gesproken, dat was 'vies', en hiërarchische verhoudingen in de maatschappij waren al eeuwenlang geleden vastgelegd en nauwelijks bespreekbaar.
Voor mij was het ook heel herkenbaar, omdat ik zelf op een dergelijk 'bureau' heb gewerkt tussen 1963 en 1968.

Ik begrijp, dat Voskuil en zijn vrouw hadden gekozen voor 'onmaatschappelijkheid' , d.i. niet meedoen aan de kapitalistische consumptiemaatschappij. Voskuil, alias Maarten Koning, voelt zich dan ook constant bedreigd, aan de ene kant door zijn bazen en collega's en aan de andere kant door zijn vrouw, die zeer rigide blijft vasthouden aan wat ze kennelijk, in de begintijd van hun huwelijk, met elkaar afgesproken hebben.
Zo beschrijft hij de ruzies die hij met zijn vrouw heeft, wanneer hij besluit te gaan werken. Ze wil dat niet, evenmin wil ze dat hij salarisverhoging accepteert, of medewerkers aanstelt om hem te helpen met zijn werklast. Hij mag geen bandrecorder mee naar huis nemen en een televisie en auto zijn uit den boze. Ze eist zelfs dat hij een roeimachine, die hij gekocht heeft om fit te blijven, terugbrengt naar de winkel. Zijn werk moet 'onzin' blijven. Als hij zich begint te interesseren voor wat hij moet onderzoeken , namelijk cultuurlijnen ontdekken tussen volksgebruiken en die intekenen op kaarten om daar uiteindelijk een Atlas van te kunnen maken, zijn de rapen gaar.
Het enige waar zijn vrouw en hij het over eens zijn, is de liefde voor alle dieren.
Op zijn werk moet hij, tegen wil en dank, leren te manoeuvreren om zichzelf te kunnen handhaven tussen zijn collega's (in binnen- en buitenland) en tegelijkertijd de bazen op het 'Hoofdbureau' te vriend te houden. Hij voelt zich nergens op zijn gemak en wordt vaak overvallen door gevoelens van zinloosheid. Op een zeker moment constateert hij zelfs dat de 'glans' die de wereld vroeger voor hem had, voorgoed verdwenen is.

In het eerste deel van "Het Bureau" beschrijft hij feilloos zijn baas, "Meneer Beerta". Hij had hem beter"Meneer Schipper" kunnen noemen, want deze man is een meester in het manipuleren van zijn minderen en meerderen ; bij het uitspelen van de een tegen de ander wordt de waarheid vaak geweld aangedaan, maar naar buiten toe speelt hij de beminnelijkheid zelve.

Ik ben nu bezig aan deel II : "Vuile Handen".
Dit deel beschrijft het verdere wel en wee van Maarten Koning op 'het bureau' met zijn collega's en bazen die er allemaal op uit zijn om hun eigen positie te verbeteren, desnoods ten koste van de anderen. Alleen een goede schrijver is in staat om 5500 bladzijden vol te schrijven over het leven op een kantoor of bedrijf zonder dat het gaat vervelen. Ja, het is zelfs zo boeiend dat je wilt weten hoe het nu verder met ze gaat.

Vanavond hoorde ik op de Wereldomroep een reportage waarin de huidige directeur van het Meertens ( Beerta) Instituut wordt ondervraagd over de bandopnamen die in de vijftiger en zestiger jaren zijn gemaakt van volksvertellingen. Over Voskuil wordt met geen woord gerept en toch heeft hij in zijn romans uitgebreid over deze opnamen gereporteerd.
Korte memorie ?



gota fría otra vez
























De afgelopen zomer liepen de temperaturen op tot soms wel over de 40 graden Celsius, dat is, zelfs voor hier, extreem heet en de ervaring leert dan ook dat er daarna, in de herfst, zware regens zullen gaan vallen. Dit alles omdat het zeewater een paar graden warmer is dan normaal en als er dan een koufront overheen drijft...

In Els Poblets, een dorpje vlakbij ons, zijn ze nog steeds aan het bakkeleien over vergoedingen aan de gedupeerden van de overstromingen van twee jaar geleden. Bovendien belooft de burgemeester, iedere keer weer, dat hij meer aan preventie gaat doen, zoals waterkeringen bouwen en droge rivierbeddingen schoon -maken, en-houden. In de praktijk wordt er ondertussen niets gedaan tot de volgende ellende toeslaat, en dat zou best eens vandaag kunnen zijn. Er worden regens verwacht van 180 liter per m² binnen een paar uur.

Twee weken geleden begon het al te regenen, veel te vroeg voor de tijd van het jaar, maar het was pas een voorbode van de' gota fría' die gisteren in alle hevigheid losbarstte. Het begon met onweer, dat een paar uur rondcirkelde boven onze hoofden. Alvast de computer uitgezet en de telefoon- en ADSLverbinding verbroken. Dat was maar goed ook want een paar voltreffers in de buurt zorgden ervoor dat we in het donker kwamen te zitten ( om 17.00 uur's middags).
Daarna kwam de elektriciteit terug, maar niet met genoeg capaciteit om een boek te kunnen lezen. Koud eten bij kaarslicht ( we koken elektrisch) en daarna hebben we de generator gestart, zodat Wim naar het nieuws op de TV kon kijken en ik verder kon lezen aan "Het Bureau" van J.J. Voskuil.

In de wijnkelder staat al weer een laagje water en in mijn slaapkamer begint het door het plafond te lekken, maar als ik mijn bed opzij schuif houd ik het daar nog wel droog. De laatste keer dat dat gebeurde was eind oktober 2004, dus dat valt nog best wel mee... (!)

Ik ben bezig, net zoals vorig jaar, de Club Kampioenschappen van onze tennisclub te organiseren.
Dat kan ik goed, maar met de onzekere weersomstandigheden, zoals nu, zal ik onevenredig meer werk moeten verrichten, meer dan me lief is, maar ik heb mezelf beloofd dat ik het hierna nóóit meer zal doen, dat is een troost.

Voor de vetplanten is deze nattigheid het teken om zich helemaal vol te zuigen zodat ze voldoende geprepareerd zijn voor de volgende droge tijd.

vrijdag 28 augustus 2009

De painting ladies van Hans Timmer

Hoe ga je de plotselinge overvloedige vrije tijd invullen als je met pensioen gaat? Daar breken veel mensen hun hoofd over.

Toen ik in 1989 wegging bij de KLM en op Mallorca ging wonen, wilde ik al die dingen gaan doen waar ik nooit genoeg tijd voor had gehad. Eén van die dingen was tekenen en schilderen.

In 1974, toen ik als standby stewardess werkte, had ik me ingeschreven op een cursus vrije schilderkunst op de Kunstacademie 'Artibus' in Utrecht om de technieken te leren voor tekenen en schilderen.
Op de introductie-avond, waar ik me met mijn tekeningen moest presenteren, zodat de leraren konden bepalen in welke klas ik moest gaan zitten, praatte ik met een hele aardige leraar die mij wel wilde accepteren. Hij liet me zien wat zijn leerlingen zoal gedurende het afgelopen jaar geproduceerd hadden. Het waren allemaal hele statische portretten van mensen in allerlei fases van ongekleedheid. " Oh, wat een afschuwelijke lijkkleuren," dacht ik oneerbiedig. Precies op dat moment kwam een kreupele, nogal wild uitziende, man bij ons zitten die ook mijn tekeningen bekeek. Hij zei, dat ik bij hem in de klas moest gaan zitten en liet me de resultaten van zìjn leerlingen zien. Deze werken getuigden van een enorme vrijheid. Dat was precies wat ik voor ogen had gehad toen ik me inschreef op de Academie. Ik liet de aardige leraar die Hans Timmer heette, zitten en ging mee met Ton Kraanen.
























Schilderij
van Ton Kraanen, ca 1975

Vijftien jaar later loop ik een bar in Sóller, Mallorca binnen en.. daar zit de aardige leraar die ik versmaad had. Hij vertelde me, dat hij zich dat nog goed herinnerde en vroeg waar ik woonde. Laat hij nu op dezelfde berg wonen aan de Costa de Deià! Wat een toeval! Hij vertelde over zijn leerlingen, die iedere donderdagmorgen bij hem kwamen schilderen en tekenen en of ik geen zin had om ook mee te komen doen.
En zo gebeurde het dat ik alsnog een leerlinge werd van Hans Timmer.
























Het atelier van Hans Timmer. De aquarel met herfstbladeren is van mij.

Iedere donderdag kwamen we bij elkaar in zijn huis 'Can Tortuga' dat een weids uitzicht had over de bergachtige kust en de Middellandse Zee.




















uitzicht vanaf het terras van Hans Timmer

Dan zaten zijn vrouw Nienke en hij al klaar met koffie en koekjes en werd er even gezellig bijgekletst. Daarna was het tijd voor de leerlingen om naar het atelier te verhuizen waar we ieder onze eigen onderwerpen uitzochten. Ik wilde me vooral toeleggen op het schilderen van aquarellen, wat heel moeilijk is vanwege het feit dat het in één keer goed moet.
De anderen waren bezig met olieverf en konden dus weken doen over één onderwerp. Ik deed van alles, stillevens, portretten en landschappen.



















Aquarel met rozen.

Vooral dat laatste was ideaal want er waren genoeg onderwerpen rondom het huis te vinden.

In het verloop van de tijd waren er nog maar drie dames over, die hij liefkozend zijn 'painting ladies' noemde.
Door ouderdom en ziekte gedwongen zijn hij en Nienke een paar jaar later teruggekeerd naar Nederland, waar ze nog een tijdje geleefd hebben. Zijn leerlingen mochten een werk van hem uitkiezen als souvenir.
De onderstaande 'collage' vond ik een typisch Mallorquins landschap en was één van mijn favorieten.
























De dames zijn daarna ieder hun eigen weg gegaan en donderdag was voortaan weer een 'vrije' dag.







zaterdag 22 augustus 2009

Requiem voor een duif






















uitzicht over de baai van Deià vanaf R 's terras

Over mijn Duitse buurman R op Mallorca heb ik het al een paar keer gehad. Het was me dan ook een tiep!
Hij kwam uit München en dat kon je goed horen en zien. Ein Bierchen dronk hij dan ook niet uit een limonadeglas, maar uit een literpul en zijn favoriete hapjes waren' Würstl'. Hij had nogal rechtse ideeën en hij vond uiteraard dat ze in Spanje nog heel wat konden leren van de Duitsers ( bei uns ist alles viel größer, schöner, besser, undzuweiter).
Hij lag vaak met de autoriteiten in de clinch en belasting betalen deed hij niet; moesten ze hem maar, net zoals in Duitsland, een aanslag sturen. Dat je als Spaanse burger de plicht hebt om zelf naar het belastingkantoor te gaan, of naar het gemeentehuis voor de gemeentelijke belastingen, om aangifte te doen, dat vond hij stom. Maar ondanks het feit dat hij vreselijk tekeer kon gaan en vier vrouwen hem na een aantal jaren huwelijk hadden verlaten, had hij toch iets vertederends: hij was namelijk helemaal dol op zijn dieren. Ik hoor jullie al denken : "dat was Hitler ook". Inderdaad, dat bedoel ik.
Hij deelde zijn huis met Baatzi een papegaai-achtige vogel, die hij, als hij op reis ging altijd meenam in een klein kooitje. Dan lagen er nog een paar zwerf-poezen om hem heen die hij Karnak en Luxor had gedoopt en op een winterdag vond hij Archibald, een Mallorquinse dobermann ( die blijven klein) in de sneeuw langs de weg naar de Puig Mayor. Archie was vanaf die dag zijn schaduw; hij ging mee in bad en hij ging mee in bed.
Zieke en gewonde dieren werden liefdevol door hem verpleegd en daar hoorde ook een duif bij, die hij op een keer op zijn terras had gevonden. Paloma had iets aan een vleugel en kon niet vliegen. Hij vertroetelde haar tot ze genezen was, maar ondanks dat hij verwachtte dat ze nu wel weg zou vliegen, bleef ze bij hem in de buurt. Ze werd al net zo onafscheidelijk van hem als Archie en als hij in zijn open jeep reed zat Archie naast hem met zijn neus in de wind en Paloma reed op de stang, boven hem, mee.
Hij ging regelmatig naar München om zijn oude Mutti op te zoeken en dan had hij iemand nodig om de katten en duif te voeren, eveneens als zijn goudvissen in de vijver, waarvan het water snel verdampte. Ik had dat op me genomen, nadat gebleken was dat B, zijn Mallorquinse vriend, er de vorige keer maar met de pet naar had gegooid. De katten waren bij R's terugkomst verdwenen en kwamen later sterk vermagerd weer tevoorschijn en de vissen waren allemaal dood wat B had proberen te verdoezelen door vlak vóór R terugkwam nieuwe te kopen. Helaas had R alle vissen een naam gegeven en zag dus onmiddellijk dat ze vervangen waren.
Braaf ging ik iedere dag de dieren verzorgen en het leuke was, dat ze altijd al klaar zaten als ik bij het huis aankwam. Op een morgen verwelkomen de poezen me weer en strijken miauwend langs mijn benen, maar Paloma is nergens te zien. Nou ja, dan komt ze zo wel. Ik wacht nog even en zie op de weg buurvrouw D, de Engelse schilderes, terugkomen van haar dagelijkse wandeling in de bergen. Ze stopt bij het hek en kijkt bedrukt.
Ik vraag haar wat er is . Dan vertelt ze dat ze zojuist een dode duif aan de kant van de weg, boven in de bocht heeft zien liggen. Ze was nog warm, maar het kopje was geknakt. Ze dacht dat de auto van de ober van het restaurant beneden, die altijd met veel te grote snelheid de bochten neemt, haar had aangereden. We liepen weer terug en bekeken het duivenlijkje. Het was Paloma, dat zag ik gelijk. Ik aarzelde wat ik moest doen en belde W. een andere Duitse buurman om hem om advies te vragen. Die belde op zijn beurt R in Duitsland, die erg bedroefd was. Hij vroeg ons de duif in een doos te doen en in de vrieskist te bewaren tot hij terugkwam.
Zogezegd, zogedaan. R heeft de duif in de tuin begraven en later zou hij er een grafmonument bovenop zetten.
Niet lang daarna volgde Schwertskerl, het poedeltje van Mutti, die tijdens een bezoek aan R. van ouderdom was overleden.
























Toen ik een paar jaar geleden weer eens bij hem op bezoek ging, zag ik dat het dierenkerkhof aanzienlijk was uitgebreid en dat Baatzi nu naast Paloma begraven ligt.

zaterdag 15 augustus 2009

Spaanse genoegens

Vanmorgen schrok ik wakker van hevig geknal. Het schemerde, dus de zon was nog niet op. Was de oorlog uitgebroken of zo ? Toen wist ik het weer: het is vandaag 15 augustus! Dat is niet alleen één van de vele rooms-katholieke feestdagen in dit land maar bovendien mag er vanaf heden ook weer gejaagd worden, dus zijn alle Spanjaarden met een piemel op jacht gegaan. Nee, niet achter de vrouwen aan, zoals je logischerwijze zou denken na mijn beschrijving van een man. Het stond een paar weken geleden zelfs in de krant : Spanjaarden vinden eten fijner dan seks !

















Na eten komt familie, reizen en chocolade en voor de mannen, jagen dus.
Nu zitten ze allemaal tussen het struikgewas en schieten op alles wat beweegt. Dat lieve knuffelkonijntje dat gisteren nog zo schattig tussen het onkruid huppelde: knal !!!, pief paf poef!!! Ik snap die beesten niet, ze weten toch ook dat het ieder jaar weer hetzelfde is, waarom gaan ze niet ondergronds. Maar nee hoor, volgens mij zijn die Spanjaarden niet alleen zichzelf aan het uitroeien, want door hun verwaarlozing van de seks worden er nog maar 7/8 ste kind per vrouw geboren, maar ook nog hun laatste, in het wild levende dieren. De laatste konijnen, zwijnen,vossen, vogels, en in de zee de tonijnen, zwaardvissen en palingen.

In 1985 toen ik voor het eerst op Mallorca aankwam viel het me op, dat er geen enkel vogelgeluid te horen was. Dat vond ik vreemd, maar het waarom werd me al gauw duidelijk toen ik tijdens een wandeling op de berg tegenover ons huis, grote platformen zag die in de eeuwenoude bomen gebouwd waren en daar tegenover hingen talloze netten die op strategische plekken opgehangen waren om hele zwermen vogels tegelijk te kunnen vangen. Ook daar werd er in het weekend en op feestdagen, bij het ochtendgloren, geschoten. Ondanks het feit dat er binnen 500 meter van een huis niet geschoten mag worden en al helemaal niet in een urbanisatie trekken ze zich daar niets van aan, dan moet je daar maar geen huis bouwen, want er wordt op die plek al eeuwenlang gejaagd. Ze zien het als een soort gewoonterecht, nieuwe wetten of niet.
Onze Duitse buurman werd woest als hij op zondagmorgen om 6 uur altijd hetzelfde Seatje voorbij hoorde komen en even daarna de luide knallen die echoden in de vallei. Hij trok zijn pantoffels aan, sprong in zijn jeep en ging, gekleed in pijama, er op af. Hij wees de jager op de wet en beval hem op te houden. OK, de jager haalde zijn schouders op en ging naar huis. De volgende week zondag om 6 uur hoorde de buurman weer dat autootje voorbij komen en even later : klatsch, klatsch! "Gottverdammtnochmal, Arschloch" , bromde hij. Hij trok zijn pantoffels weer aan, sprong in zijn jeep en zag het autootje geparkeerd staan langs de kant van de weg. De jager was nergens te bekennen. Hij stapte uit en liet twee banden van de Seat leeglopen. Zo, dat zou hem leren! Hij keerde tevreden terug naar zijn bed.

Nu weet ik wel dat er mensen zijn die denken : " als het je niet bevalt, dan ga je toch weer terug naar je kikkerlandje ? " en terecht natuurlijk. Maar het is nu eenmaal zo dat als je als buitenstaander in een andere cultuur belandt, je de karakteristieken daarvan beter opmerkt dan de mensen die erin opgegroeid zijn. Dat bewijzen bijvoorbeeld ook de boeken die door buitenlanders over de Nederlanders zijn geschreven, waarin vooral onze rechtlijnig- en 'horkerig'-heid worden gehekeld .

Maar goed, dat bij Spanjaarden eten op de eerste plaats komt en familie op de tweede, kan je zelf constateren als je een typisch Spaans restaurant bezoekt. Wat dan onmiddellijk opvalt is dat er in het lokaal een paar televisies aanstaan, waarop op de ene een voetbalwedstrijd en op de andere een stierengevecht te zien zijn, om nog een paar van de grote genoegens en tradities van het Spaanse volk op te noemen. Aan lange tafels zitten de families, van grootouders tot babies. Mannen aan het ene einde van de tafel en vrouwen en kinderen aan het andere. Ze praten, nou zeg maar schreeuwen allemaal door elkaar heen en er is niemand die luistert. Je kunt je de kakofonie dus wel voorstellen, vooral als de akoestiek niet al te best is, wat meestal het geval is.

Och, Spanje heeft zo zijn charme. Als ze nu ook eens ophielden met dat schieten....!

donderdag 13 augustus 2009

Schapenbelletjes

Vannacht lag ik lang wakker. Waar is de tijd gebleven dat ik 12 uur achter elkaar kon slapen? Niks aan te doen, dus lag ik te luisteren naar de geluiden die door de openslaande deuren naar binnen sijpelden. Ik hoorde een aantal honden die, eenzaam als ze zich voelden, hun klaagzang tot de maan richtten. Och, dat zijn we hier wel gewend: blaffende honden. Als je er, als buitenlander, wat van zegt kijken de Spanjaarden je verbaasd aan. ¿ Perros ? ¿ Qué perros? ! No oigo nada!
Nee natuurlijk niet, ik zou ook helemaal doof zijn geworden van alle herrie die ze hier normaal produceren: oorverdovend vuurwerk bij iedere gelegenheid, en maximale decibellen popmuziek tijdens de fiestas.

Mijn gedachten gingen terug naar Mallorca toen we aan de NW kust, aan de Costa de Deià woonden. Het was er 's nachts werkelijk doodstil. Het aanspoelen van de golven op de kust was in de zomer nauwelijks hoorbaar. Als we al een hond hoorden was het de hond van de schaapherder, wiens nobele taak het was de schaapjes, die allemaal een belletje om hun nek droegen bij elkaar te houden, zodat hun baasje ze makkelijker terug zou kunnen vinden als ze een beetje afgedwaald waren. Wat vaak gebeurde want ze liepen vrij rond, waarschijnlijk om het weinige groen dat in het berglandschap te vinden was op te sporen. Als de belletjes erg dichtbij kwamen begon ik me zorgen te maken. Waren ze erin geslaagd in mijn tuin door te dringen ? Aten ze nu al mijn verse kruiden en groenten op, die ik met zoveel geduld had opgekweekt uit minuscule zaadjes. De peterselie, basilicum, sla, tomaten, paprika's en aubergines ? Zelfs de bloemen van de potplanten waren niet veilig voor hun vlijtige tongetjes.
Zo lag ik gespannen te luisteren naar de progressie van hun belletjes.
Tegen het ochtendgloren kwamen de vissers terug en hoorde ik het "chuk-chuk-chuk" van de vissersbootjes als ze onderlangs ons huis doorvoeren om op hun thuishaven, Port de Sóller, hun vis af te leveren.
























Ja, absolute nostalgie, die op de randen van de nacht het hevigst is. Ik dacht aan een gedicht van W.S. Merwin, één van de bekendste Amerikaanse 20- eeuwse dichters, die in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, een tijdje de 'tutor' was geweest van de oudste zoon van Robert Graves, William. Het huis 'Cannellun' (Huize de Maan), waar de beroemde schrijver had gewoond, lag een paar kilometers van het onze verwijderd en was een bedevaartsoord voor zijn vele bewonderaars geworden. William Graves heeft overigens nog een prachtig boek geschreven: 'Wild Olives' over zijn jeugd in Deià en het leven met zijn vader.
Het gedicht ( dat gaat over de geluiden die hij 's nachts buiten hoort) van Merwin, die logeerde in huis Son Beltran dat op de helling vlak boven de baai van Deià ligt geeft perfect de sfeer weer die ik bedoel, hoewel hij hier over een winternacht schrijft.

In the Old Vineyard

That was a winter of last times
waking upstairs in the cold
empty house of the master
of Son Beltran with its new floors
of imitation marble
its bare rooms living with echoes
though the window had been open
all night to another cold
that came down from the mountains
bringing the sounds of the sheep bells
from somewhere among the clouds
and before the sun was up
I would open the front door
as the fishermen my neighbors
were bringing the night catch
up the stairs to spread out
on the gray stones of the hour
then as the first rays kindled
the upper terraces
across the valley I heard
every morning the same
voice of a girl singing
her flight of notes that rose
along the tiers of stone
to touch the whole morning
with their hovering song
older than I could know





dinsdag 14 juli 2009

Interview in Cabin Ready, juni 2009











































Een paar maanden schreef ik onder de titel 'Memories' op deze blog, dat ik in Nederland op het Aviodrome in Lelystad moest zijn voor een interview voor het blad Cabin Ready dat bestemd is voor het KLM- cabinepersoneel. Het is gepubliceerd in juni 2009, in de reeks :"90 Years of Inspiration'. ( oplage 10.000)
Het leek me wel leuk om het als 'follow-up' op mijn blog te zetten.
De foto's zijn genomen op het upperdeck en op de trap van de( gepensioneerde) B747: PH-BUK.
OP 7 OKTOBER 2009 VIERT KLM HAAR NEGENTIGJARIG BESTAAN.TER GELEGENHEID VAN DEZE BIJZONDERE MIJLPAAL BLlKKEN WE AAN DE HAND VAN EEN 9-DELlGE SERIE TERUG OP DEGESCHIEDENIS VAN ONS PIONIERENDE BEDRIJF."DE KOMST VAN DE BOEING 747 IN DE JAREN ZEVENTIG BETEKENDE OOK DE INTRODUCTIE VAN EEN NIEUWE TROLLEY, EEN UPPERDECK EN TWEE GANGPADEN."

"Alsof ik niet ben weggeweest", vertelt oud-purserHenk van Dalfsen (78) als hij door de Boeing 747 loopt. "Ik zie mezelf ook zo weer in de pantry staan", beaamt Netty Buijnq-Rijnders (65), voormalig assistent purser Boeinq 747 en purser DC-9. De 747-300 in het Aviodrome roept veel prettige herinnerinqenbij hen op.

Opvallende glazen.
Netty vlooq van 1968 tot 1989 en werkte als CA op de allereerste 747-vlucht naar New York. Daarna vloog zij drie maanden achtereen naar deze enige 747-bestemming ,omdat veel collega's nog getraind werden voor dit destijds opzienbarende toestel.
Netty: ''We kregen in die tijd ook een ander uniform,waarbij de kleur werd veranderd van qrijsblauw naar het blauw van nu. Met de komst van de Boeing747 werd ook de trolley qe"lntroduceerd. Daarvoor ging alles uit de hand. volqens mij heb ik nog van jou 'trolley-les' gehad Henk!". "Als instructeur was die trolley een hele uitdaging, maar ook aan boord hoor. Zo riepen we voor het eerst in het gangpad over de hoofden van de passagiers:'Heb nog maaltijden?' Om vervolgens tot de ontdekking te komen dat je ook noq 14 plateaus in het middengedeelte
van de trolley moest stuwen..", vertelt Henk die vlooq van 1956 tot 1987. Met de 747 introductie
kwam er ook nieuw servies en bestek. Beiden herinneren zich dat passagiers het ontwerp ervan
mooi vonden, het bleek alleen niet zo qebruiksvriendelijk te zijn. Netty: "Zo vielen de glazen op het dienblad telkens om!"

Loungestewardess
Met de komst van de Boeing 747 werd ook het een en ander aangepast op het gebied van flight safety.Het commando naar de crew om de deuren te sluiten of te openen werd bijvoorbeeld vanaf toen niet meer door de purser, maar door de vliegers gegeven. Henk over het leidinggeven als purser:"Door het ontbreken van een recht gangpad werd dit wel wat moeilijker. Je was bijvoorbeeld wel eens een colleqa 'kwijt' als er een vliegveiligheidsdemonstratie gegeven moest worden. Die stond dan nog ergens citroenen te snijden, omdat hij of zij de purser
niet zag of hoorde." Samen koesteren Netty en Henk qoede herinneringen aan het uitzicht vanuit
de vele cockpitramen, vooral op een nachtvlucht.
Netty: "Dat was toch zo mooi, vooral..." Henk vult spontaan in: "Het noorderlicht?"
Netty enthousiast: "Inderdaad, had jij dat ook?"
Terwijl Netty van het upperdeck via de rechte trap naar beneden loopt:
''Weet je noq van die wenteltrap op de eerste reeks747 's?"
Henk: "Heel elegant hoor, maar het was wel zwaar om via die trap het le klas plateau vol servies
naar de cockpit te brengen." Ja,dat klopt,maar het was wel chic! Net als het upperdeck en de lounge daar!" Een first-class stewardess werd zelfs speciaal ingedeeld om na de maaltijdservice als loungestewardess drankjes in te schenken en siqaretten aan te bieden.
Als Henk buiten staat, werpt hij noq een
blik op het vliegtuig en zegt: "Het lijkt wel of mijn vliegperiode letterlijk voorbij is gevlogen. Wat een toestel, wat een herinnerinqen!"

TEKST:WILBERT VAN HANEGHEM, EENBANDER / FOTO'S:
LEXVERSPEEK/ MET DANKAAN LUCHTVAART-THEMAPARKAVIODROME
WWW.AVIODROME.NL
CabinReady 27.